Statement DGR inzake publicaties
8 juni 2026 Dutch Glycerin Refinery
Op zaterdag 6 juni jl. publiceerden zowel Follow the Money als BN De Stem over dumpingen van zout in Belgiƫ.
Dit zout is afkomstig van Dutch Glycerine Refinery (DGR). Andere media pikten dit nieuws ook op inclusief het NOS Journaal van 20.00 uur, eveneens op 6 juni. De publicatie van FTM kan worden gezien als vervolg op hun eerdere publicatie van februari dit jaar.
Zowel de artikelen als het nieuwsbericht bevatten meerdere onnauwkeurige en onjuiste uitspraken. Bovendien wordt gesuggereerd dat DGR een leidende rol zou hebben gespeeld bij het dumpen van het zout. De onjuiste veronderstellingen, en vooral de suggestie dat DGR wet- en regelgeving zou omzeilen om financieel gewin te behalen en daarmee milieuschade zou veroorzaken, zijn onjuist en raken ons diep.
DGR is de grootste glycerineproducent van Europa. Zout is een restproduct dat ontstaat bij de productie van glycerine. Tot voor kort werd dit zout in Nederland onder meer gebruikt als strooizout. In dit kader doet DGR zaken met twee afnemers. Deze twee bedrijven zijn gespecialiseerd in de toepassing van restproducten en beschikken over een uitgebreid netwerk van klanten en eindgebruikers.
Vanaf het moment dat DGR door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) op de hoogte werd gesteld van het storten van zout afkomstig van DGR, zijn de leveringen aan het bedrijf dat in verband werd gebracht met de illegale dumpingen onmiddellijk gestopt, en hebben wij onze volledige medewerking toegezegd en verleend aan de bevoegde autoriteiten, namelijk de ILT en het Omgevingdienst Groningen (ODG).
De beweringen van onder meer FTM dat DGR al voor eind 2025 op de hoogte was van het storten van zout, zijn onjuist. DGR heeft op geen enkel moment rechtstreeks contact gehad met de Belgische autoriteiten, noch is er contact opgenomen door de eindgebruikers of hun familieleden over deze kwestie.
Er wordt ook beweerd dat DGR het gebruik van het zout als bodemverbeteraar heeft aanbevolen. Dat is niet juist. DGR werd er door één van haar afnemers geïnformeerd dat een van hun eindgebruikers mogelijkheden zag om het zout als bodemverbeteraar te gebruiken. Daarin heeft DGR te allen tijde te goeder trouw gehandeld en vertrouwd op de informatie die door haar afnemer werd verstrekt.
DGR heeft de conclusie moeten trekken dat zij over de toepassing van het zout door haar afnemer onvolledig en onjuist is geïnformeerd. DGR stelt zich op het standpunt dat zij erop mocht vertrouwen dat haar afnemer, een professionele partij gespecialiseerd op het gebied van het verhandelen van reststoffen, passende klanten en eindgebruikers vond voor het rechtmatig gebruiken van het zout. De betreffende afnemer is door DGR aansprakelijk gesteld. Deze kwestie loopt.
Voor DGR rest in deze fase niets anders dan de bevindingen van de bevoegde instanties af te wachten. Het spreekt voor zich dat DGR haar volledige medewerking zal blijven verlenen aan het lopende onderzoek.
Zie ook:
https://werkenbijdgr.nl/
